De veilige en betrouwbare anesthesie van de Specialistenkliniek Binnenhof
Anesthesie betekent geen gevoel en is beter bekend onder de term narcose. De anesthesie omvat het hele slaapproces rondom een operatie. Wij streven ernaar dat uw dier zo min mogelijk stress ondervindt tijdens de ingreep, dat er maximale pijnstilling gegeven wordt en dat het dier snel, veilig en vlot weer uit de narcose ontwaakt en zich daarna ook prettig voelt. Factoren als stress, pijn maar ook de duur en het type van de narcose kunnen een vertragend effect op de genezing van uw dier na een operatie hebben. Als uw dier zich na de operatie lekker voelt, weinig pijn heeft, niet misselijk is, een goede eetlust heeft en zich goed kan voortbewegen, dan zal het genezingsproces sneller verlopen en is de kans op complicaties kleiner.
De ideale narcose zou dus de volgende eigenschappen moeten hebben:
uw dier mag niets van de operatie merken
uw dier mag geen pijn hebben tijdens maar ook na de operatie
de narcose moet snel uitgewerkt zijn
de narcose mag niet teveel belasting voor uw dier opleveren
Welke factoren hebben nu invloed op de keuze van het narcose middel?
Uw dier
Wat voor dier is het?
Honden reageren anders dan bijvoorbeeld katten, maar ook tussen hondenrassen zitten verschillen in reactie op narcosemiddelen
De leeftijd?
Als een dier ouder wordt nemen de functies van hart, longen en nieren af, waardoor het effect van een narcose over het algemeen sterker kan zijn. Het lichaam zal ook sommige middelen langzamer afbreken waardoor het effect van een narcose langer aan kan houden.
Het gewicht?
Narcose middelen worden per kilogram lichaamsgewicht gegeven. Schatten van gewicht zou kunnen leiden tot het geven van te weinig of juist teveel narcosemiddel, daarom bepalen wij het exacte lichaamsgewicht voor de operatie.
Zijn er eerdere narcoses geweest?
Het verloop van eerdere narcoses kan een voorspelling geven van het effect van een nieuwe narcose, en indien er bijwerkingen in het verleden zijn opgetreden kan eventueel voor een ander middel gekozen worden
Hoe gezond is uw dier?
Een narcose heeft altijd een effect op de functie van hart en longen. Indien uw dier een hartaandoening heeft (bijvoorbeeld cardiomyopathie) kan gekozen worden voor een narcose middel dan zo min mogelijk effect heeft op het hart en de bloeddruk. Ook de lever en nieren zijn belangrijk en dan met name voor het afbreken van narcosemiddelen. Bij bijvoorbeeld ernstige lever- en nier stoornissen kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een middel wat minder of niet door deze organen afgebroken wordt.
De ingreep zelf
Wat voor ingreep?
Gaat het om een ingreep aan een poot of om een ingreep waarbij bijvoorbeeld de buik of borstkas opengemaakt moet worden
Hoe lang duurt de ingreep?
Bij een ingreep van 5 minuten wil je geen middelen gebruiken die een uur werken. Omgekeerd is het niet nodig om een narcosemiddel te geven dat slechts een paar minuten werkt indien de operatie uren gaat duren
Wat is de mate van pijn van de ingreep?
Pijn geeft stress en zal effect hebben op de bloeddruk en de functie van het hart. Effectieve pijnstilling is essentieel. Maar zware pijnstillers (en dan met name de morfine-achtige stoffen) hebben ook effect op de ademhaling. De sterkte van de pijnstillers moeten dus in verhouding staan tot de mate van pijn.
Worden er bijzonderheden tijdens de ingreep verwacht?
Met name bloedverlies, bloeddrukdalingen en –stijgingen, ander fors vochtverlies en afkoeling of juist opwarming van uw dier zijn van belang tijdens een operatie
Een goed en nauw overleg met de behandelend dierenarts/chirurg is dus erg belangrijk om een narcose te geven die voor uw dier ‘op maat gesneden’ is !!! Omdat geen dier hetzelfde is, maar ook omdat niet elk narcose middel geschikt is voor elk dier is het van belang dat er een goede afweging gemaakt wordt welk middel gegeven gaat worden.
Een narcose bestaat uit een aantal fasen:
De voorbereidende fase
De inleidingfase
De onderhoudsfase
En de recovery /ontwaakfase
De voorbereidende fase en premedicatie
In deze fase draait het om het zorgvuldig in kaart brengen van de gezondheid van uw dier en om uw dier zo stabiel mogelijk te krijgen voordat de narcosemiddelen gegeven gaan worden. Een angstig dier moet gekalmeerd worden, de bloeddruk moet goed zijn en eventuele pijn moet verlicht worden. Tevens kunnen in deze fase al middelen gegeven worden die een gunstig effect hebben op de genezing na de operatie, zoals ontstekingsremmers en antibiotica.
Eerst wordt uw dier onderzocht op aanwezigheid van afwijkingen die invloed kunnen hebben de narcose (het pre-anesthetisch onderzoek). Bij lichamelijk onderzoek wordt goed geluisterd naar hart en longen, en wordt er gezocht naar tekenen van bloedarmoede, lage bloeddruk of uitdroging (bijvoorbeeld omdat een dier door stress of andere oorzaken weinig heeft gedronken of juist veel heeft geplast of bloed heeft verloren). Tevens wordt uw dier gewogen. Eventueel wordt aanvullend bloed- of urineonderzoek gedaan bij gevonden of te verwachten afwijkingen om bijvoorbeeld de lever- en nierfunctie te bepalen.
Hierna wordt er bij uw dier altijd een ingang (braunule) voor een infuus in een bloedvat aangebracht. Via dit infuus kunnen de narcosemiddelen, vocht en andere medicijnen direct in het bloed worden toegediend. Hierdoor wordt een sneller effect van de gegeven medicijnen verkregen en is de dosering over het algemeen lager dan als de middelen bijvoorbeeld in de spier toegediend worden. Deze lijn is ook een bewakingslijn waardoor snel ingegrepen kan worden indien zich problemen voordoen.
Heeft uw dier erg veel vocht of bloed verloren dan kan nu ook meteen extra vocht of bloed gegeven worden om de bloeddruk weer op peil te brengen.
Er worden nu rustgevende middelen (premedicatie) gegeven zodat de uw dier zich ontspant en de benodigde hoeveelheid echte slaapmiddelen zo laag mogelijk gehouden kunnen worden.
De inleidingsfase
Vervolgens krijgt uw dier de eigenlijke slaapmiddelen toegediend. Er wordt een continue hartbewaking (ECG) (het electrocardiogram of hartfilmpje) aangelegd. Als uw dier helemaal slaapt wordt er een buisje (tracheotube) in de luchtpijp geplaatst en wordt de ademhaling door de ventilator van de anesthesiemachine overgenomen, de beademing. Dit is om ervoor te zorgen dat we zeker weten dat uw dier voldoende zuurstof binnenkrijgt. Ook wordt uw dier in slaap gehouden met behulp van de narcosedamp dat uw dier via de machine ingeademd krijgt. Na scheren van het operatiegebied gaat uw dier naar de operatiekamer
De onderhoudsfase
Tijdens de narcose bewaakt de anesthesist het algemeen functioneren van uw dier door intensieve en uitgebreidemonitoring. De functie van het hart wordt bewaakt door het ECG, en de continue meting van de bloeddruk. De ademhaling wordt bewaakt door een capnograaf en een zuurstofmeter (meten het koolstofdioxide en het zuurstofgehalte tijdens de ademhaling). Met een pulse-oxymeter (ook saturatiemeter genoemd) wordt gemeten hoeveel zuurstof er gebonden is aan de rode bloedcellen en wordt tevens de pols gemeten. Tevens kan precies gemeten worden hoeveel narcosedamp isofluraan uw dier in- en uitademt en via de anesthesiemachine kan deze hoeveelheid nauwkeurig bijgesteld worden. Lachgas en het verouderde halothaan worden in onze kliniek niet meer gebruikt in verband met schadelijke effecten op het hart en leverfunctiestoornissen. Hierdoor zullen vooral dieren met extreem overgewicht (een groeiend probleem bij huisdieren) en dieren die door leeftijd of andere ziekten een gestoorde lever en nierfunctie hebben net zo snel wakker worden als een normaal gezond dier en hoeft er geen aangepaste dosering gegeven te worden waardoor het gevaar voor onder- of juist overdosering voorkomen wordt.
Verder wordt er in de onderhoudsfase gewaakt voor te sterke afkoeling van uw dier. Uw dier ligt tijdens de operatie stil op een operatietafel, en kan via verdamping door de lucht ook veel vocht en dus warmte verliezen via de operatiewond. Om teveel verlies van vocht en warmte te voorkomen ligt uw dier op een soort matras waardoorheen verwarmd water stroomt. Met behulp van een continue aanwezige slokdarm thermometer wordt de lichaamstemperatuur van uw dier in de gaten gehouden. Met behulp van infuusvloeistoffen wordt de vochtbalans maar ook de electrolyten, suiker en eiwitten samenstelling op peijl gehouden of gecorrigeerd.
Verder wordt er natuurlijk tijdens de operatie gezorgd dat er een continue pijnstilling aanwezig is. Omdat bij onze narcoses de ademhaling altijd door een machine wordt overgenomen hoeven we niet zo bang te zijn voor een onderdrukking van de spontane ademhaling door bepaalde pijnstillers. Daarom gebruiken wij meestaal een bijzonder sterke en effectieve pijnstiller van de opiatenfamilie (sufentanil) bij honden zodat het absoluut zeker is dat uw dier tijdens de narcose geen pijn voelt.
Gedurende de hele narcose wordt een nauwkeurig registratie-verslag van de monitoring van uw dier voor wat betreft hart- en longfunctie, bloeddruk, temperatuur, infuusgift en de soort en hoeveelheid van toegediende medicijnen bijgehouden, dit om later (bijvoorbeeld bij een nieuwe narcose) nog na te kunnen gaan hoe uw dier gereageerd heeft op een narcose en wat er toen allemaal tijdens de narcose is gebeurd.
De recovery of ontwaakfase
Aan het eind van de ingreep moet uw dier natuurlijk weer zelf gaan ademen en wakker worden. Uw dier zal, net als bij de mens, zich alleen nog het laatste moment voor de narcose herinneren met hun baasje naast zich. Het is in deze fase heel belangrijk om uw dier zo rustig mogelijk maar vooral pijn en stressvrij wakker te laten worden.
Voordat we een dier wakker laten worden moeten we zeker ervan zijn dat er sprake is van voldoende en effectieve pijnstilling waarbij het dier niet te suf is en goed zelfstandig kan ademhalen. Op de anesthesiemachine kunnen we precies zien of een dier al zelfstandig wil gaan ademhalen en of hij hiermee ook in staat is om voldoende zuurstof in te ademen. Verder moet de bloeddruk goed zijn zodat misschien nog enige tijd infuusvloeistof gegeven moet worden. Als uw dier een volle blaas heeft zal deze leeggemaakt worden. Een volle blaas is een uitermate onaangenaam gevoel, zeker net na een narcose. Mocht uw dier nog te diep slapen dan kan in sommige gevallen een antistof gegeven worden waardoor het effect van een narcose middel teniet wordt gedaan.
Als uw dier goed zelf kan ademen, en geen tekenen van pijn of onrust vertoond, wordt hij overgeplaatst naar zijn eigen uitslaaphok in de verkoever ruimte. Hier ligt uw dier op een eigen zachte matras en deken. Hier is ook de mogelijkheid om extra warmte met behulp van een warmtelamp of matje te geven of een infuus te continueren. Mocht het nodig zijn dan is hier ook continue hart- en ademhalingsbewaking voor zolang het nodig is en kan er extra zuurstof gegeven worden. Uw dier ligt gescheiden van andere dieren zodat geen vervelende ervaringen opgedaan kunnen worden. Hier wordt uiteindelijk ook het buisje uit de luchtpijp verwijderd en pas als uw dier helemaal wakker is en zelfstandig rustig recht op de buik kan liggen wordt het infuus verwijderd.
Toont uw dier in deze fase toch nog enige onrust of pijn dan kan de anesthesist hier ook tijdig en in alle rust op reageren.
Als uw dier wakker genoeg is, goed reageert op de omgeving en op temperatuur is, dan geeft de dierenarts toestemming om uw dier naar huis te laten gaan. Dan zal in goed overleg met de behandelend dierenarts een beleid worden afgesproken ten aanzien van pijnstilling en wanneer uw dier weer mag eten en drinken.
Drs. P. Mioch
Dierenarts Anesthesiologie,
Specialist in opleiding humane Anesthesiologie
Adres Binnenhof 3-5, 4286 BX Almkerk Tel +31(0)183-404714 Fax +31(0)183-404103