De patella, of knieschijf, is een klein botje (sesambeentje) die zich in de pees van de m. quadriceps femoris (vierkoppige dijbeenspier) bevindt. De patella glijdt normaal in een groeve (trochlea) van het femur (dijbeen) in het kniegewricht (Figuur 1). The patellapees hecht aan de crista tibiae, een benige uitsteeksel op het scheenbeen, net onder de knie. De patella wordt aan de zijkanten door peesplaten (fascia lata), het gewrichtskapsel en banden (ligg. femoropatellare) in de groeve gehouden. De M. Quadriceps Femoris, de patella en de pees zorgen voor extensie (strekken) van de knie en bevinden zich normaal op één lijn met elkaar.
Patella luxatie is een aandoening waar de knieschijf zich niet meer in de groeve bevindt, afhankelijk of deze zich aan de binnenkant of buitenkant van de trochlea ligt is de patella luxatie verder te benoemen als naar mediaal (binnen) of naar lateraal (buiten).
1. Patella
2. Femur
3. Patella pees
4. Crista Tibiae
5. Mediale Patella Luxatie
6. Laterale Patella Luxatie
De klinische symptomen passend bij patella luxatie varieren met de ernst van de aandoening: soms wordt de aandoening toevallig waargenomen door uw eigen dierenarts bij een routinematig klinisch onderzoek zonder dat de hond kreupel loopt, in andere gevallen kan uw hond de aangedane poot niet eens meer belasten en loopt steeds op drie poten. De meeste honden met deze aandoening trekken soms plotseling de achterpoot omhoog voor een aantal passen, schudden of strekken dan de achterpoot en lopen daarna normaal. Na een orthopedisch onderzoek van de knie is de ernst van de aandoening in te delen in een graad 1 t/m 4. Een chirurgisch behandeling wordt voorgesteld bij graad 2 t/m 4.
Graad 1
De patella is bij de gestrekte knie te luxeren en schiet vervolgens spontaan weer terug in de trochlea.
Graad 2
De patella is soms geluxeerd en is manueel terug te plaatsen in de trochlea.
Graad 3
De patella is permanent geluxeerd maar is nog wel manueel terug te plaatsen in de trochlea.
Graad 4
De patella is permanent geluxeerd en is niet meer manueel terug te plaatsen in de trochlea.
Het probleem van de patella-luxatie treedt bij meerdere rassen op en is, naar algemeen wordt aangenomen, een erfelijk probleem. Het is daarom zaak voor de fokkers, dieren met dit gebrek vroegtijdig te (doen) herkennen. Deze dieren behoren niet voor de fokkerij gebruikt te worden.
Het herkennen van dieren met een patella-probleem is soms voor een ervaren en oplettende eigenaar of fokker helemaal niet moeilijk, maar in andere gevallen hebben de dieren zich zo weten aan te passen aan hun handicap, dat alleen onderzoek door een dierenarts-specialist chirurgie het probleem aan het licht kan brengen.
Dit is dus één reden voor een onderzoek van fokdieren en hun nakomelingen door een dierenarts-specialist chirurgie: het opsporen van dieren met een daadwerkelijke luxatie. De tweede reden voor een klinisch onderzoek door een dierenarts-specialist chirurgie is om vast te stellen of het mogelijk is om met een lichte zijwaartse druk de patella van z'n plaats te duwen, te luxeren. Dit betekent dan niet, dat de hond er last van heeft, maar wel dat de anatomie van het gewricht zo "los" is, dat de patella gemakkelijk van z'n plaats te duwen is (dit wordt ookwel een "luxabele" patella genoemd).
Het officiële onderzoek
Honden met een minimum leeftijd van 1 jaar kunnen op vrijwillige basis door de eigenaar aangeboden worden voor het officiële patella onderzoek. Mevrouw I.G.F. Schaeffer, dierenarts-specialist chirurgie is bevoegd om het officiële patella onderzoek te kunnen uitoefenen.
Op de dag van de afspraak moet U de originele stamboom gegevens en het eigendomsbewijs van de Raad van Beheer meenemen. Graag zouden wij minstens één dag voor de afspraak een kopie van de stamboom gegevens en eigendomsbewijs per fax of per email in PDF vorm wilen ontvangen.
Voor het onderzoek wordt eerst gevraagd over eventuele problemen met lopen, nu of in het verleden, en of de hond al eerder is aangeboden bij een collega specialist chirurgie voor het officiële patella onderzoek. Bij de hond wordt ook het tatoeage- of chipnummer gecontroleerd. De hond wordt zonder sedatie (verdoving) op een onderzoektafel onderzocht.
Het onderzoek wordt eerst uitgevoerd bij de staande hond, hierbij staat de onderzoeker achter de hond en omvat met beide handen gelijktijdig de beide knieën zodanig, dat de duimen lateraal (d.i. aan de buitenzijde) op de trochlea femoris geplaatst worden, en de vingers over de patella heen de mediale zijde (d.i. de binnenkant) van de trochlea femoris palperen. Dit heeft de bedoeling om na te gaan of er een verbreding t.h.v. de trochlea aanwezig is, die zou kunnen duiden op een chronische arthrose, cq op een geluxeerde patella.
Vervolgens wordt, terwijl de knieën beide maximaal gestrekt worden, nagegaan of door druk vanaf lateraal, cq, vanaf mediaal, de patella bij het staande dier te luxeren is naar mediaal, lateraal of in beide richtingen. De druk naar mediaal wordt uitgeoefend met de duim, die naar lateraal met de vingers.
Tevens wordt daarbij gelet op het voorkomen van crepitaties (een krakend geluid bij het bewegen) in het femoro-patellaire gewricht.
Vervolgens wordt via de daarvoor geëigende handgrepen tijdens passieve buig- en strekbewegingen gecontroleerd of er pijn, crepitatie- en/of spontane patella-luxaties optreden.
Bij het onderzoek bij de liggende hond wordt eerst opnieuw nagegaan of er tijdens buigen en strekken pijn, crepitatie of spontane luxaties voorkomen. Daarna wordt met één hand het sprong-gewricht omvat, waardoor rotatiebewegingen van de tibia mogelijk worden. Door het scheenbeen te draaien wordt er via de patellapees getrokken aan de patella: naar buiten bij exorotatie en naar binnen bij endorotatie.
In sommige gevallen zal hierbij de patella "spontaan", d.w.z. zonder zijwaartse druk, luxeren.
Vervolgens wordt opnieuw, ook weer bij het zoveel mogelijk ontspannen dier, gecontroleerd of d.m.v. gelijktijdige rotatie en druk de patella te luxeren is uit de trochlea femoris.
Criteria voor een normaal gewricht:
Bij het staande dier mag tijdens passieve bewegingen geen pijn, crepitatie of spontane luxatie waargenomen worden.
Bij het staande dier mag de patella niet luxabel zijn.
Bij het liggende dier mag, noch tijdens de passieve bewegingen van buigen/strekken en rotatie, noch bij manuele druk de patella luxabel zijn.
De bevindingen worden na het onderzoek in een "bevindingen"-formulier genoteerd dat naar Prof. F.J. Meutstege wordt opgestuurd voor statistisch onderzoek. Aan de eigenaar wordt een schriftelijke uitslag van de bevindingen verstrekt.
Adres Binnenhof 3-5, 4286 BX Almkerk Tel +31(0)183-404714 Fax +31(0)183-404103